top of page

Schrijfritmiek scholing

Ik ben naar een individuele scholing geweest van Schrijfritmiek; dit is de bedenker en maker van de 'methode' Krullenbol. Het was een inspirerende en interactieve scholing. Super interessant! Ik ga enkele belangrijke punten opsommend benoemen:

  • Bij bewegingen maken met handen in de lucht is het makkelijker om twee handen tegen elkaar te doen aangezien er geen kader is (wat op papier bijvoorbeeld wel is)

  • Als een kind al een voorkeurshand heeft, moet je hem daar gewoon mee laten werken. Wel moet de andere hand altijd betrokken zijn (op tafel liggen).

  • Oefeningen om figuren te maken door van stip naar stip te gaan (elke hoek van het figuur een stip) is belangrijk, want hiervoor is de volgende vaardigheid nodig: inzetten-afremmen-rust. Als je dat niet kan, wordt de vorm altijd rond.

  • Schrijfpatronen zijn goed voor het doorkruisen van lijnen (bijv. kerende streep), het oefenen van de werkrichting van links naar rechts en het afwisselingen van richtingen. 

  • Kleine fijnmotorische oefeningen niet op groot A3 papier doen, want dan is de opdracht te ver weg van het kind en knikt de pols. 

  • Kinderen die onderuitgezakt zitten stimuleren door op de buik te laten werken/spelen.

  • drukervaringen stimuleren door drukbewegingen: kleien, spullen sjouwen, touwtrekken etc. 

  • Kinderen met een zwakke proprioceptie zijn vaak kinderen die niet stil kunnen zitten, want ze zijn voortdurend op zoek naar prikkels. Structureel een wiebelkussen o.i.d. wordt niet aangeraden, want dan wordt de nieuwe prikkel gewenning. Alleen bijv. max. halfuurtje per dag.

  • Vanaf 1 jaar begint de motorische achterstand en de groep met een motorische achterstand wordt steeds groter. Begint al door het vele gebruik van maxi cosi, buggy, kinderstoeltjes etc. waar hun lichaam nog niet aan toe is. 

  • Hoofd nooit hele rondjes laten draaien, maar halve. Hele is slecht voor de wervels.

  • Lateralisatie is grotendeels biologisch bepaald en je kan het NIET versnellen, MAAR de al aanwezige lateralisatie heeft wel ondersteuning/stimulatie nodig door bewegingen/oefeningen waarbij de middenlijn wordt doorkruist. (dit gaf ze ook aan als weerlegging op een artikel van kennisrotonde waarin werd beweerd dat het doorkruisen van de middenlijn niet van invloed is op lateralisatie)

  •  Ook de ogen moeten de middenlijn doorkruisen. Oefening is met een vingerpoppetje in rustig tempo heen en weer gaan voor de ogen en alleen met de ogen het poppetje volgen. Kan je zelf doen, maar ook in tweetallen.

  • Door een ruwe ondergrond krijg je meer sensorische input door de weerstand van de ondergrond. Ook in groep 3 geeft een potlood meer weerstand dan een pen waardoor de vorm beter wordt ingeslepen. Tactiel is heel belangrijk voor automatiseren. Bijv. letters kleien die al aangeboden zijn of met steentjes letters leggen. 

  • Lateralisatie is ook in groep 3 nog bezig. Fouten in rijtjes met plus- en minsommen door elkaar of 2 + ....=5 sommen vraagt om lateralisatie, want er moet in twee richtingen worden gedacht. 

  • Belangrijke vaardigheden voor schrijven zijn: ruimtelijke oriëntatie (goede kennis van ruimtelijke begrippen als schuin, draaien, boven, onder etc. en de ruimte leren structureren waardoor ze later een letter om kunnen zetten in een motorische beweging. Voorbeeldkaarten namaken met hamertje tik of de kralenplank zijn hier goed voor), ritmegevoel (start-stop, ritmische tegenstellingen als hard zacht, vlug traag etc., bodypercussie), visuele en auditieve vaardigheden (oog-motoriek, visuele informatieverwerking, auditieve aandacht, auditieve concentratie, auditieve waarneming).

  • Stippellijn schrijfpatronen zijn niet aan te raden. Het doel van schrijfpatronen is o.a. het doorkruisen en richting/draaiing en niet nauwkeurigheid. Dan gaan kleuters de stukjes tussen de stippen kleuren of de verkeerde kant op bij de kruising. Wel aan te raden om drie stippen op een rij te plakken en daaromheen te laten werken. Maximaal 4 lusjes (bijv. bij lussen schrijfpatroon) na elkaar, want anders gaan ze scheef naar onderen. Stippellijn figuren zijn wel goed, want hier wil je nauwkeurigheid en precisie. 

  • Inspiratie om fijne motoriek te stimuleren: kleine bolletjes klei maken tussen de vingers, op een stokje met vingers omhoog klimmen, domino zetten (krachtdosering), tollen (pengreep)

  • De pengreep ontwikkeld zich tussen 4-6 jaar. De greep is niet het belangrijkst. Het is ook rijp als een kind bijv. de middelvinger ook gebruikt, maar wel vloeiend en vlot kan schrijven zonder spanning. 

  • Er zijn drie deelbewegingen bij de pengreep:

-inscriptiebeweging: buig- en strekbeweging van duim en wijsvinger

-kleine progressie: beweging ter hoogte van de pols -> nodig bij inkleuren van middelgrote vlakken, bij schrijven van woorden en patronen

-grote progressie: beweging ter hoogte van de elleboog, glijdende beweging van de onderarm -> noodzakelijk bij het schrijven van zinnen

  • We moeten op papier linksdraaiende cirkels oefenen, want kinderen hebben de voorkeur om rechtsdraaiende cirkels te maken. Linksom is belangrijk naar o.a. letterverbindingen toe. Schrijfpatroon guirlande is voor kinderen daarom ook makkelijker naar beneden toe.

  • Van groot naar klein (motoriek) is achterhaald, want het wordt vanuit verschillende hersengebieden aangestuurd. 

  • Verticaal werken stimuleert kracht, je hebt beter overzicht en ruimtelijk is boven nog steeds boven en onder nog steeds onder. 

bottom of page