
Training 'succesvol kinderatelier'
Stichting MooiZooi
09-03-2024
Waarom procesgericht werken?
intrinsieke motivatie
stimuleert zelfoplossend vermogen
leren begrijpen door te ervaren (begrijpen met je handen)
ontdekkend en onderzoekend leren
sensomotorisch aspect: draagt ook bij aan prikkelverwerking door de druk en aanraking met materialen
bevordert creativiteit
Vandaag heb ik een training gevolgd over een succesvol kinderatelier bij Stichting MooiZooi. Dit is een winkel die materialen afkomstig uit het productieproces van bedrijven (restmaterialen) verkoopt voor creatieve doeleinden. Daarnaast verzorgen zij workshops op scholen en in hun eigen workshopruimte. We gingen in op de theorie, maar gingen ook zelf aan de slag. Toen we zelf aan de slag mochten was mijn eerste gedachte wat kan ik maken en dit beperkte mij, want ik blokkeerde hierdoor. Ik durfde niet te starten, want in mijn hoofd moest het wel iets worden. Dat terwijl ik gewoon het onder mijn handen zou moeten laten gebeuren. Bij kinderen stimuleer ik altijd het procesmatig werken, maar bij mijzelf ben ik dat blijkbaar verloren met de jaren. Ik moet dus al aan mijzelf vragen ''Hoe ga ik dit gebruiken? en niet ''Wat ga ik hiermee maken?''.
Als dat mijn eerste gedachte is en ik dus al zo gericht ben op een product moeten we er dan niet alles aan doen om te voorkomen dat kinderen zo gaan denken. Het valt mij op dat er zelfs kleuters zijn die perfectionistisch zijn en bang dat ze iets niet kunnen of iets niet ‘mooi’ is. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer productgericht ze zijn.
Er hoeft geen resultaat vooraf bedacht te zijn. Het plan ontstaat en verandert continu tijdens het proces. Het plan kan ook zijn dat het kind met een bepaalde techniek wil werken zoals met de tang of graag met bepaalde materialen wil onderzoeken.
Als een kind een eindresultaat in zijn hoofd heeft is dat natuurlijk niet verkeerd. Dat mag! Besef je dat het dan van jou nog meer van jouw procesgerichte houding vraagt. Hetgeen dat ontstaat is het ‘resultaat’ van het proces.
Jij stelt procesgerichte vragen en maakt procesgerichte opmerkingen (hoe heb je dit aan elkaar gemaakt? Hoe ben je op dit idee gekomen? Kijk eens hoe X ervoor heeft gezorgd dat het kan bewegen) etc. Je zorgt voor een veilige sfeer. Er is geen goed of fout, het hoeft niks te worden, het hoeft niet af of klaar te zijn.
Denk als leerkracht niet in problemen. Het vraagt van jou een procesgerichte houding en het faciliteren van ruimte en materialen. Dan zijn de kinderen aan zet.
Jij kunt technieken aanleren: hoe timmer je? Hoe gebruik je het lijmpistool? Hoe kun je iets aan elkaar naaien? Hoe kun je knippen? Ga dan niet alleen knippen in papier, maar ook in andere materialen zoals karton, plastic en stof. Je geeft instructie over de gereedschappen en de technieken die daarmee gepaard gaan en dan moet je vertrouwen hebben. Ja, kinderen kunnen zich branden aan het lijmpistool of op de vingers slaan met een hamer, maar hoe erg is dat? Hoe jonger kinderen in aanraking komen met gereedschappen, hoe veiliger het omgaan met 'spannendere' gereedschappen is op latere leeftijd. Ik zie zo’n instructie van een nieuwe techniek dan al helemaal voor mij in een technieken circuit waarbij je als leerkracht instructie geeft over de nieuwe techniek en kinderen deze aanleert en bij de zelfstandige onderdelen kinderen bezig zijn met een techniek die ze al beheersen, maar waarbij je eventueel wel extra uitdaging geeft. Misschien kunnen de kinderen al naaien in stof bijvoorbeeld, maar hebben ze dit ook weleens in een stukje leer gedaan?
Jij geeft tools en de kinderen bepalen hoe en waarvoor ze die gaan gebruiken.
Je hoeft niet te bedenken wat het wordt, want het hoeft dus niks te worden! Het hoeft niet af en klaar te zijn.
Het vraagt misschien dus minder van je dan je vooraf dacht. Het vraagt alleen om een andere houding. Je hoeft er niet bovenop te zitten en wees ook gewoon eens perioden stil. Wanneer kinderen hun project opgestart hebben zul je zien dat ze ook stil zijn, want ze zijn geconcentreerd en intrinsiek gemotiveerd bezig.
Doelgerichtheid van rekenen en taal (los van hoeveel taal en wiskunde er eigenlijk al komt kijken bij creëren) etc. kan nog steeds, maar dat betekent niet dat er geen plek kan zijn voor procesmatig werken. Het proces, werken bepaald materiaal en de technieken zijn het doel en niet wat je uiteindelijk voor je hebt. Zorg voor een atelier waar dit mogelijk is met materialen en gereedschappen waar kinderen ruimtelijk mee kunnen werken.
Er wordt veel te veel in het platte vlak gewerkt tegenwoordig. Haal de stiften en de verf eens weg. Dan gaan kinderen andere manieren zoeken om die ogen te maken bijvoorbeeld en bevordert het oplossingsgericht denken.
Er is geen voorbeeld van de leerkracht aanwezig, want elk kind werkt aan zijn eigen project. Geen enkel project zal dus ook hetzelfde zijn. Noem het ook een project of onderzoek en geen knutsel. Het aanbod van materialen en gereedschappen is je kader. Je kan ook een thema als kader nemen als het enkel een kapstokje is en er niet vaststaat hoe of wat je gaat maken. Bijvoorbeeld: kleurrijke dieren, droomplek, bijzondere voertuigen, onderwaterwereld et cetera. Natuurlijk kan je inspiratie bieden met foto's van kleurrijke vogels die echt bestaan bijvoorbeeld, maar dat hoeft zeker niet (altijd).
Maak in het atelier een station/vaste plek voor het gebruik van gereedschap zoals tangen, een lijmpistool, een priem, een hamer et cetera. Als je kinderen hier niet zonder directe nabijheid mee wil laten werken kun je deze plek 'op slot' doen door bijvoorbeeld een symbool van een slot op te hangen.
Op de werkplek (de tafel) ligt het standaard gereedschap zoals lijm, tape en scharen.
Kinderen willen dingen bevestigen aan elkaar door zorg voor gereedschappen en materialen waarmee dat kan.
Je moet zorgen voor verschillende materialen, maar ook niet teveel aanbieden. Dat zijn teveel prikkels. Zet op tafel een vakkenbak neer met materialen die kinderen kunnen gebruiken. Hiermee schep je al een kader: dit is het aanbod en hiermee mag je werken. Als je bijvoorbeeld de lijm een keer weghaalt moeten kinderen op zoek naar andere manieren om te bevestigen, zoals touw of ijzerdraad. Als je een vaardigheid/techniek centraal zet kun je daar ook het aanbod van materialen op selecteren. De materialen zijn in feite loose parts; materialen met een open einde die kinderen naar eigen invulling kunnen gebruiken en al dan niet betekenis kunnen geven.
Zorg ervoor dat kinderen weten wat ze mogen pakken en wat ze eerst moeten vragen. Misschien heb je ook wel materialen waar je maar een aantal exemplaren van hebt en waar dus niet onbeperkt van gepakt mag worden. Maak dat inzichtelijk voor kinderen met een icoontje van een aantal bijvoorbeeld.
Het opruimen is een heel belangrijk onderdeel van het atelier. Bij het proces hoort een gestructureerde rommel, maar het opruimen hoort erbij. Kinderen hebben ook behoefte aan structuur en die ordening krijgen ze door op te ruimen. Materialen die nog bruikbaar zijn worden ook weer op de juiste plek teruggelegd.
Het was een geweldige training en ik kan niet wachten tot ik een eigen klas heb waarin een kinderatelier kan maken. Ook een atelier waar kinderen na schooltijd kunnen komen lijkt mij geweldig....
Succesvol kinderatelier
DO'S
-
observeren
-
wees (soms) stil
-
stel procesgerichte vragen
-
observaties af en toe hardop benoemen
-
zorg voor een veilige sfeer (iedereen heeft zijn eigen project/onderzoek en je lacht niet om anderen)
-
noem het geen knutselwerk, maar een project of onderzoek
-
doe geen dingen voor de kinderen, maar leer technieken aan
-
help alleen als het je gevraagd wordt
DONT'S
-
teveel praten
-
ongevraagd helpen
-
zeggen wat je van materiaal kan maken
-
oordelen
-
resultaatgericht zijn
-
Heb je dit materiaal al eens gevoeld?
- Wat kun je er allemaal mee?
-
Heb je al eens bij andere kinderen gekeken?
-
Hoe voelt/klinkt/ruikt het?
-
Kun je dit materiaal gebruiken?
-
Wat gebeurt er als ....?
-
Hoe ben je op dit idee gekomen?
-
Hoe heb je dit vastgemaakt?
-
Waar ben je trots op?
-
Wil je er iets over vertellen?
-
Wat heb je ontdekt?
-
Wil je nog een nieuw project starten?
-
Wil je nog eens werken met *gereedschap*?
-
Ik zag dat je hard getimmerd hebt.
-
Ik zag dat je ontdekt hebt dat ....
-
Kijk eens hoe X dit heeft vastgemaakt.